Slecht slapen door gedachten.

Gepubliceerd op 18 november 2025 om 14:28

Ik pieker, is slaap slecht en krijg m'n hoofd gewoon niet stil.

Misschien herken je dit patroon.
Je wacht op een bericht — en je voelt het al misgaan.
Je partner is stiller — er is vast iets.
Je wordt op werk gevraagd voor een gesprek — dit gaat fout.

Nog vóórdat er iets is gebeurd, ben je in je hoofd al bij de slechtst mogelijke uitkomst.

En het voelt niet als “negatief denken”.
Het voelt als realistisch zijn. Alsof je voorbereid moet zijn.

Maar ondertussen:

  • staat je lichaam continu op scherp

  • slaap je onrustig of slecht

  • blijf je malen

  • voel je je moe, machteloos of somber


Wat er gebeurt in je hoofd (en lichaam)

Dit is geen toeval.
Wat hier actief is, is een aangeleerd denkpatroon:
een innerlijke overtuiging die ooit logisch was,
maar nu je leven ongemerkt bestuurt.

Je brein is verslaafd geraakt aan één scenario:
de negatieve uitkomst.

Niet omdat je dat wilt, maar omdat je systeem heeft geleerd:
“Als ik het ergste verwacht, ben ik voorbereid.”

Je zenuwstelsel staat daardoor continu in waakstand.
En een lichaam in waakstand kan niet goed rusten.


De onzichtbare slachtofferlus

Dit patroon ontstaat vaak bij kinderen die emotioneel geen veilige bedding hadden.

Als je als kind:

  • geen invloed had op wat er gebeurde

  • je emoties niet welkom waren

  • afhankelijk was van onvoorspelbare volwassenen

  • of geleerd hebt dat hoop vaak werd teleurgesteld

dan ontwikkel je een diep gevoel van machteloosheid.

Niet bewust, maar existentieel.

Later vertaalt zich dat in een innerlijke positie:

“Het overkomt mij.”
“Ik heb geen echte invloed.”

En zo raak je ongemerkt verstrikt in een slachtofferlus:

  • je verwacht het ergste

  • voelt spanning en angst

  • slaapt slecht

  • raakt uitgeput

  • en ziet daardoor nóg minder mogelijkheden

De lus bevestigt zichzelf.


Waarom slapen zo moeilijk wordt

Een lichaam dat het ergste verwacht,
kan niet loslaten.

Je hoofd mag dan in bed liggen —
je systeem is nog bezig met overleven.

Een vorm van innerlijke alertheid die voortkomt uit oude schaamte en onveiligheid.
Je lichaam vertrouwt het leven niet genoeg om te ontspannen.

Niet omdat je zwak bent.
Maar omdat je ooit geleerd hebt dat ontspanning gevaarlijk was.


“Maar zo bén ik toch gewoon?”

Dat is misschien wel de meest pijnlijke overtuiging.

Omdat deze patronen zo vroeg zijn ontstaan,
voelen ze niet als aangeleerd, maar als identiteit.

Maar hier geldt iets essentieels:

Wat je als kind moest worden om te overleven,
is niet wie je in essentie bent.

Negatief verwachten is geen karaktertrek.
Het is een oude strategie.


De eerste beweging is geen positief denken

Je hoeft jezelf niet te dwingen tot optimisme.
Dat werkt averechts.

De eerste stap is herkennen:
“Ik zit in een denkpatroon.”
“Dit is oud.”
“Mijn lichaam verwacht gevaar.”

Daarmee stap je — heel zacht — uit de slachtofferpositie
en terug in contact met jezelf.

Niet door controle,
maar door bewustzijn.


Tot slot

Als je altijd van het ergste uitgaat,
betekent dat niet dat je pessimistisch bent.

Het betekent dat je systeem ooit te vaak alleen stond.

En precies daar ligt ook de weg naar verandering:
niet door harder te denken,
maar door meer veiligheid te voelen.

Herkennen is geen eindpunt.
Het is het begin van innerlijke volwassenheid.