Misschien herken je dit.
Iemand geeft je feedback, stelt een vraag of wijst je ergens op — en nog vóór je erover kunt nadenken, gebeurt er van alles in je lichaam.
Je voelt spanning in je borst of keel.
Je ademhaling wordt oppervlakkig.
Je hartslag gaat omhoog.
Je hoofd loopt vol of juist leeg.
Sommige mensen schieten in de verdediging: uitleggen, verklaren, rechtvaardigen.
Anderen klappen dicht, worden stil of trekken zich terug.
Weer anderen voelen ineens boosheid, schaamte of de neiging om zichzelf klein te maken.
Wat het ook is: het voelt niet als ‘gewone feedback’.
Het voelt persoonlijk. Bedreigend. Alsof er iets op het spel staat.
En vaak vraag je je later af:
Waarom reageer ik hier zo heftig op?
Waarom kan ik dit niet gewoon relativeren?
Wat er écht gebeurt bij kritiek
Op zo’n moment reageert niet alleen je hoofd — maar vooral je zenuwstelsel.
Je lichaam ervaart kritiek niet als informatie, maar als gevaar.
Niet omdat je zwak bent.
Maar omdat je systeem ooit heeft geleerd:
“Als ik iets fout doe, klopt er iets niet aan mij.”
In plaats van: ik heb iets verkeerd gedaan,
ontstaat de overtuiging: ik bén verkeerd.
En dat verschil is cruciaal.
De laag onder kritiekgevoeligheid
Bij veel mensen die sterk reageren op kritiek ligt er een diepe, vaak onbewuste laag onder: toxic shame.
Toxic shame ontstaat meestal niet door één gebeurtenis, maar door een langere periode waarin je je niet veilig voelde om:
-
fouten te maken
-
emoties te laten zien
-
jezelf te zijn
-
grenzen te voelen of uit te spreken
Misschien werd je als kind gecorrigeerd, genegeerd, beschaamd, vergeleken of emotioneel niet gezien.
Misschien was liefde voorwaardelijk: je werd gewaardeerd als je je aanpaste, presteerde of ‘lief’ was.
Je leerde toen iets essentieels:
“Ik moet het goed doen om erbij te horen.”
En dus wordt kritiek later in je leven geen losse opmerking,
maar een trigger op je bestaansrecht.
Waarom het zo diep raakt
Als toxic shame actief is, voelt kritiek niet als:
“Iemand zegt iets over mijn gedrag.”
Maar als:
“Ze zien wie ik écht ben — en dat is niet oké.”
Dat verklaart waarom je:
-
jezelf meteen veroordeelt
-
het gevoel hebt door de mand te vallen
-
je wilt verdedigen of verdwijnen
-
later blijft malen over één opmerking
Je lichaam probeert je te beschermen tegen een oude pijn.
En dit is misschien het belangrijkste om te horen
Er is niets mis met jou.
Je reactie is logisch — gezien wat je systeem heeft moeten leren om te overleven.
En het goede nieuws is:
herkennen is de eerste en belangrijkste stap.
Niet forceren.
Niet “er overheen groeien”.
Niet jezelf verbeteren.
Maar zacht leren zien:
“Ah… dit is een oud patroon.”
“Mijn lichaam denkt dat ik in gevaar ben, maar ik ben hier en nu veilig.”
Van daaruit ontstaat ruimte.
Voor mildheid.
Voor regulatie.
Voor echte verandering.
Niet door harder te worden —
maar door veiliger te worden in jezelf.