Waarom altijd bezig zijn vaak een vlucht is
Altijd sporten.
Altijd werken.
Altijd leren.
Altijd onderweg zijn naar “beter”, “meer”, “verder”.
Aan de buitenkant ziet het er gezond uit.
Gedisciplineerd. Ambitieus. Gedreven.
Maar soms…
is altijd bezig zijn geen kracht.
Het is een vlucht.
Niet omdat activiteit slecht is.
Maar omdat stilvallen iets oproept wat je ooit hebt leren vermijden.
Bezig zijn om niet te hoeven voelen
Altijd iets doen verandert hoe je je voelt.
Beweging dempt onrust.
Werk geeft richting.
Spanning maakt je alert.
Presteren geeft bestaansrecht.
Je zenuwstelsel blijft actief.
Aangespannen. Gefocust.
“Aan”.
Dat is mood altering. Emotieregulerend gedrag.
Niet via middelen,
maar via doen.
Zolang je bezig bent,
hoef je niet te voelen wat eronder ligt.
Wat er vaak onder zit
Onder het constante bezig zijn liggen vaak gevoelens
waar ooit geen ruimte voor was.
Verdriet.
Angst.
Eenzaamheid.
Woede.
Schaamte.
Niet omdat ze te groot waren.
Maar omdat je er als kind niet in werd begeleid.
Misschien werd er snel afgeleid.
Of opgelost.
Of genegeerd.
Of moest je “sterk zijn”.
Je leerde:
dit gevoel kan ik beter niet hebben.
Dus ontwikkelde je iets anders.
Actie. Controle. Beweging. Prestatie.
Dat werkte - Toen.
Waarom stilzitten zo ongemakkelijk voelt
Voor veel volwassenen is rust niet rustgevend.
Het is bedreigend.
Zodra het stil wordt,
komt het lichaam met signalen.
Onrust in de borst.
Druk op de maag.
Spanning in de kaken.
Een vaag gevoel van “iets klopt niet”.
Niet omdat er nú iets mis is.
Maar omdat er iets ouds gevoeld wil worden.
En dat heb je nooit geleerd.
Emoties leren dragen
Emoties zijn geen probleem.
Maar ze worden dat wel
als je nooit hebt geleerd hoe je erbij blijft.
Dan voelt voelen als overspoeling.
Of als falen.
Of als tijdverspilling.
Bezig blijven voelt veiliger.
Bekender.
Controleerbaar.
Tot het lichaam moe wordt.
Of leeg.
Of opgejaagd zonder duidelijke reden.
Van vluchten naar aanwezig zijn
Dit gaat niet over minder doen.
Of stoppen met sporten.
Of ambitie loslaten.
Het gaat over kunnen blijven
wanneer je even niets doet.
Over merken:
ik wil nu iets gaan doen om dit gevoel niet te hoeven voelen.
En dan…
misschien een fractie langer blijven.
Niet forceren.
Niet analyseren.
Alleen waarnemen.
Het lichaam leert langzaam:
ik kan dit dragen.
En in die veiligheid hoef jij niet altijd meer iets te doen.
Reactie plaatsen
Reacties